Maskeradefeesten (bal masqué) zijn vooral een traditie die vanuit Italië naar Nederland is gekomen. Utrechtse maskerades van 1711-1713 zijn beroemd in heel Europa, bijvoorbeeld de Maskerade die op 10 oktober 1713 werd georganiseerd in het Duitse Huis. Ook omdat er een algemeen theaterverbod van kracht was rond de 17e eeuw.
In het begin van de 18e eeuw was het vooral iets voor de adel en diplomaten. De burgerij mocht alleen toekijken. Pas later, halverwege de 18e eeuw, gingen de burgers ook hun eigen maskerades organiseren.
Theaterverbod
er gold een algemeen theaterverbod rond 1700, onder invloed van de Calvinisten (m.n. Voetius). Theater werd gezien als zondig tijdsverdrijf, het schetste een wereld die niet bestond en die je verleidde tot zondige gedachten. Rond de onderhandelingen werd in Utrecht het theaterverbod tijdelijk opgeschort. In die tijd gold in Den Haag en Amsterdam geen theaterverbod. Het Haags theater werd uitgenodigd, zij mochten rondtrekken en er waren veel diplomaten uit Den Haag in Utrecht aanwezig.
Het toneel had twee varianten:
- toneel exclusief voor de diplomaten, in voertaal frans
- toneel voor iedereen, straattheater (Mariaplaats en Vredenburg, met afbeelding van Vredenburgse kermis)
In het begin van de 118e eeuw betekende gemaskerd zijn niet dat je je eigen persoonlijkheid wilde verbergen. Het hele idee van persoonlijke identiteit leefde niet/was nog niet ontwikkeld. Wat je deed met een masker was voor een moment een rol kiezen; één uit de vele rollen die je in het leven kon spelen.
Willem Frijhoff (emeritus VU) – Utrechts vreugdevuur als maskerade voor droefheid over ’s lands neergang
Ter viering van de getekende vrede werden diverse Vreugdevuren georganiseerd, zowel in Utrecht als elders (Den Haag, Hofvijver). Deze pyrotechniek maakte een grote ontwikkeling door in die tijd en bekende kunstenaars als Daniel Marot hielden zich ermee bezig.
Zo’n vreugdevuur bestond uit:
- een uitgebreide installatie (tempeltje, triomfboog met beelden er omheen) waarin dan vuurwerk ontstoken werd. Van die installaties bestaan uitgebreide omschrijvingen, inclusief het gebruikte vuurwerk. Ze zaten tjokvol allegorische beeltenissen en symboliek, die voor de hedendaagse mens de nodige uitleg behoeven, maar die de achttiende-eeuwer kennelijk moeiteloos begreep.
Politieke propaganda
Een belangrijk doel van de vreugdevuren was politieke propaganda; dat werd niet onder stoelen of banken gestoken:
- Bij het vreugdevuur werden pamfletten uitgereikt waarin in bloemrijke achttiende-eeuwse poëzie (voor de moderne Nederlander dus nauwelijks te volgen) werd uitgelegd waarom we zo verschrikkelijk blij moesten zijn met de gesloten vrede.
Gravures van de installatie met vuurwerk werden via de krant verspreid, zodat het bereik van de propaganda tamelijk groot was.
Ook de traditie van de vreugdevuren kwam uit het zestiende-eeuwse Italië naar het Noorden. In 1609 werd het eerste grote politieke vuurwerk in Nederland afgestoken.
Jeroen Duindam (UU) – Van Castiglione tot carnaval: het literair cliché versus de praktijk van het vroegmoderne hofleven.
Maskerades dienden ook als: “verkleedpartij” en meer overdrachtelijk “huichelarij”.
Tegenwoordig heerst er een nogal clichématig beeld van het hofleven in de zestiende en zeventiende eeuw: het zou verfijnd en chic zijn, huichelarij, vleierij en valse schijn zouden er hoogtij vieren.
Soms ging het er inderdaad heel chic aan toe, maar het hof was toch vooral een heel groot huishouden dat op nogal militaristische wijze bestuurd werd – er werd ook gewerkt, en het was vaak veel eenvoudiger dan we denken.
1.ridderspelen & toernooien, vaak ook thematoernooien, met bijvoorbeeld een land als thema, of mythologie (leuk voor het verkleden) - later ontwikkelden deze zich tot het Hofballet en de Hofopera. Aanvankelijk was het heel gewoon dat de organisator hier zelf aan meedeed (bijvoorbeeld Lodewijk XIV danste zelf mee in de balletvoorstellingen aan zijn hof).
Mooie tussenvorm tussen toernooi en ballet was het Kopfballet – gigantische koppen werden op het toernooiveld opgebouwd (vgl bijvoorbeeld de poppen op een carnavalswagen). Uit de poppen kwamen dansers.
2. verkleed banket: feestmalen waarbij de gasten verkleed waren – vaak ook met een thema. Populair waren de feesten waarbij de gasten (adel) zich verkleden als mensen uit lagere standen; beroemd waren m.n. de Boerenbanketten waarbij er een uitgebreide tafelschikking en rolverdeling was: de Tiroler boer(in), de Hollandse boer(in), de Engelse boer(in), de jood(in) (!!) etc. (nb je kreeg een rol toegewezen, zelf kiezen was er niet bij).
* Detail: het was wel zaak dat de hiërarchie zichtbaar bleef: door de pracht van de kostuum was er geen vergissing mogelijk wie gast was en wie bediende. Ook de gastheer/koning/keizer was altijd met gemak te herkennen. Het gewone volk mocht uiteraard niet meedoen, op zijn hoogst toeschouwer zijn.
3. de rol van het verkleed banket werd overgenomen door het bal masqué: hierbij mocht je zelf je rol kiezen. Vaak was er alleen sprake van gezichtsmaskering. Ook hier was de zichtbaarheid van de hiërarchie een puntje: de heerser verkleedde zich vaak heel summier of helemaal niet.
Toch werd het masqué ook gebruikt om gedeeltelijk de vaak zeer ingewikkelde protocollen te omzeilen. De stilzwijgende afspraak was: zet je een masker op dan ben je incognito (ook al kon je meestal duidelijk zien wie er achter het masker verscholen zat) en het protocol gold niet of in minder mate – wat de ‘ongedwongen’ feestvreugde natuurlijk ten goede kwam.