In 1713 gebeurde er in de filosofie niet zo vreselijk veel. Zo waren er in Engeland drie publicaties. In Frankrijk, Zwitserland en Duitsland waren er ook nauwelijks publicaties. Het jaar 1713 is toch een bijzonder jaar voor de filosofie, want in dat jaar werd Denis Diderot geboren, één van de bekendste filosofen uit de geschiedenis.
De filosofie van de 18e eeuw is onderscheidend ten op zichtte van die van de eeuw daarvoor.
De huidige kijk op de verlichting is sterk beïnvloed door Diderot. In het jaar 1752 begon hij samen met D'Alembert aan het schrijven een encyclopedie. Het was één van de eerste encyclopedieën in de modernste zin van het woord. Dat wil zeggen een groot, meerdelig en luxe boek. Het beoogde een synthese van de aanwezige kennis op dat moment. Het ging vooral ook om nuttige kennis, zoals ambachten.
Het idee was dat de mens alle nuttige kennis kon vergaren en dat het op een makkelijke manier toegankelijk moest zijn. In de praktijk was het een groot, duur boek dat ook in een bibliotheek geraadpleegd kon worden. Het idee was dat kennis goed was en dat mensen er beter van werden.
Een project, dus publicatie, was erg kostbaar en kan gezien worden als een investering van drukker en auteur. Vanwege de hoge kosten werd er gediscussieerd over het nut van kennis. De verlichting is het beschavingsideaal, maar de vormen van filosofie in de 18e eeuw waren verschillend. Zo was er een atheïstische verlichting. Er waren ook Christenen die zich als ‘verlicht’ zagen.
Er waren in de 18e eeuw ook in Frankrijk boeken, die verboden werden. Het systeem bij verboden boeken was zo dat er geen enkele levende Franse ziel aan te pas mocht komen en ‘zogenaamd’ in het buitenland is gedrukt. Op sommige boeken stond Den Haag of India, terwijl het in werkelijkheid uit Parijs kwam.
In een pluralistische samenleving, dus met meerdere religies, heeft men eerder het idee om een publieke ruimte/sfeer te creëren die min of meer neutraal is. Het belijden van de godsdienst was iets dat in de privésfeer moest gebeuren. Dat idee kwam, zodat iedereen elkaar moest kunnen vinden.
In de 18e eeuw kwam daar een idee bij. Religie moest een zogenaamd ‘nut’ hebben. Er kwam een maatschappelijk weerzin tegen kloosters. Religie moest ervoor zorgen dat een burger ook een goede staatsburger moet zijn. Dus daarom is het ook niet raar dat er ‘verlichte’ christenen waren, want ook zij vonden dat religie een nuttig moest zijn. In de verlichting kun je dus noties vinden die min of meer door iedereen werden gedeeld. Er was echter een betrekkelijk smalle stroming die zei dat de mensen hun lusten moesten volgen. Dat er geen god was die straf en beloont. Volgens die groep zou er ook geen hiernamaals zijn.
De Pensées philosophiqueswas het eerste filosofische werk van Denis Diderot, een zeer veelzijdig auteur. Hij schreef teksten voor toneelstukken, romans en dialogen. Hij maakte bij zijn romans gebruik van technieken om zijn filosofische synthese aan de kaak te stellen. Hij wordt door historici gezien als één van de meest interessante personen uit de 18e eeuw in Frankrijk.
Hij onderscheidde zich, omdat hij originele ideeën op een nieuwe manier uitbracht. De Pensées philosophiques bestaat uit meerdere losse stukjes. Hetbegint met een verdediging van de passies en hartstochten, die de bron zijn van vreugde en geluk in het leven. Mensen zou nou eenmaal emotionele wezens en die emoties zou je nooit mogen verloochenen. Diderot vertelt ook dat er een verschil is tussen bang zijn voor god en god vrezen. Vrezen is respecteren en bang zijn is verstoppen.
Drie verschillende atheïsten
Diderot onderscheidt atheïsten in drie verschillende groepen:
- Degene die luid en duidelijk zeggen: ‘Er bestaat geen goed.’ Dat is een grote groep.
- Degene die niet weten wat ze ervan moeten denken, waardoor andere mensen het voor ze zouden moeten beslissen.
- Degene die net doen alsof ze atheïst zijn, maar in werkelijkheid geloven. Ze willen ergens bij horen.
Het is interessant dat hij ze, in 1746, als groepen kan onderscheiden. Diderot heeft medelijden met de eerste groep, omdat ze geen troost hebben. Voor de tweede groep bid hij, omdat ze geen kennis hebben. De derde groep veracht hij, omdat ze niet eerlijk zijn. Diderot veroordeelde het atheïsme niet, zoals de Utrechtse theoloog Voetius dat wel deed. Diderot heeft medelijden met ze, omdat ze de zin van het leven zouden missen en kennis ontberen. Hij vergeleek de drie groepen in hun vermogen om deugd te genereren.
Diderot vond de twijfelaars een stukje beter dan de atheïsten, omdat die zich voor de zekerheid toch deugdzaam gedroegen.
Het Deïsme
Het deïsme, Herbert of Cherbury was de grondlegger, is een opvatting over de aanname van het bestaan van god, onsterfelijkheid van de ziel en alles wat daar aan vast zit. Volgens hen heeft god zich niet geopenbaard in een boek (dus geen Thora, Bijbel of Koran) en nodigt het de mensen ook niet uit tot het bedrijven van theologie. God stond dus los van de bestaande religies.
Ontwikkeling kijk op atheïsme
In de 17e eeuw was het idee dat serieuze atheïsme niet bestond. De gelovigen dachten dat atheïsten het niet meenden en diep in hun hart toch wel zouden geloven. De gelovigen waren van mening dat het een excuus was om zich liederlijk te gedragen en daarom het bestaan van god zouden ontkennen.