Contact

Bezoekadres:

Kromme Nieuwegracht 70
3512 HL Utrecht

Postadres:

Postbus 532
3500 AM Utrecht

Contactgegevens:
  • T. +31(0)30 239 38 90
  • F. +31(0)30 239 38 91
  • info@vredevanutrecht.nl
Slavenhandel en de Vrede van Utrecht
Posted: 27-4-2010 16:43:53 by | with 0 comments
Slavenhandel was voor veel mensen, hoe vreemd het ook klinkt, in de tijd rondom de Vrede van Utrecht in 1713 de gewoonste zaak van de wereld. Koloniale grootmachten zoals Engeland, de Republiek der Nederlanden en Portugal en Spanje vervoerden tussen de 16e en 19e eeuw miljoenen slaven vanuit Afrika naar gebieden in het huidige Noord- en Zuid-Amerika. De Republiek der Nederlanden nam aanvankelijk een negatief standpunt in tegenover slavenhandel, maar dit veranderde met de oprichting van de West-Indische Compagnie. Met de Vrede van Utrecht werd het Spaanse asiento, het recht om slaven te verhandelen, aan Engeland toegekend en bracht het grote economische winst. In de Republiek werd het recht om slaven te hebben in eerste instantie niet gezien als iets vreemds, pas in de 19e eeuw kwam de roep om slavernij af te schaffen van echt van de grond.  
Slavenhandel door Portugal en Spanje
 
De Portugezen begonnen in de 15e eeuw als een van de eerste West-Europese landen met de handel in slaven. Door de overzeese uitbreiding van hun grondgebied kwamen ze in Afrika waar lokale stamhoofden slaven aan ze verkochten. In gebieden in Afrika bestond al slavernij voordat de Europeanen er kwamen; krijgsgevangen werden als slaaf verkocht. De Portugezen waren, in tegenstelling tot Afrikaanse handelaren, bereid veel geld voor die slaven te betalen.
Om de handel in mensen voor zichzelf te kunnen rechtvaardigen trof de Portugese overheid een aantal juridische maatregelen:
-              Zo werden slaven gelijkgesteld aan krijgsgevangen, omdat krijgsgevangen volgens het Romeins recht dwangarbeid mochten doen.
-         Ook het voortdurende conflict tussen christenen en moslims werd door de Portugezen aangegrepen als rechtvaardiging voor de slavenhandel. Ze vroegen goedkeuring aan de Paus met als excuus dat met de handel in slaven heidenen bestreden zouden worden: een soort voortzetting en uitbreiding van de kruistochten. De Paus gaf zijn toestemming om de zogenaamde vijanden van God - de zwarte Afrikanen - tot slaaf te maken.
 
De slaven die de Portugezen kochten moesten zware arbeid verrichten op suikerplantages. Later werden ze op grotere schaal ingezet in Brazilië om suiker en koffie te verbouwen of om goud uit mijnen te halen. De Indianen die oorspronkelijk in Zuid-Amerika leefden werden ook als slaaf gebruikt, maar bleken niet bestendig tegen de ziektes die de Europeanen met zich meebrachten. Ook bleken ze minder dan de Afrikanen in staat te zijn het zware werk uit te voeren.
 
Al leken de Portugezen in eerste instantie heer en meester over de wereldzeeën, ook Spanje was ondertussen begonnen met uitbreiding van zijn gebied over zee en met de kolonisatie van zowel Afrikaanse als Zuid-Amerikaanse landen. Zo kwam het dat in 1494 het verdrag van Tordes Illas werd getekend waarin de wereld virtueel in tweeën werd verdeeld. De ene helft ging naar de Portugezen en de andere helft naar de Spanjaarden. Ook de slavenhandel moesten de Portugezen delen met de Spanjaarden die, eveneens, toestemming van de Paus hadden gekregen om Afrikanen tot slaaf te maken en te verhandelen
Het monopolie van het Iberisch Schiereiland op slavenhandel bleef tot ongeveer 1600 in stand. Daarna doet een andere grote speler zijn intrede in de handel van zwarte Afrikanen. Engeland krijgt een aandeel van dertig procent in de slavenhandel. De Iberische landen houden zestig procent in handen.
 
Verder lezen?
- Seymour Drescher, Abolition. A History of Slavery and Anti-Slavery (Cambridge University Press 2009)
http://www.bol.com/nl/p/engelse-boeken/abolition/1001004006849846/index.html
 
- Roger Bigelow Merriman,The rise of the Spanish Empire in the Old World and in the New, Volume 2 ( Cooper Square Publishers, New York 1962)
http://www.bol.com/nl/p/engelse-boeken/the-rise-and-fall-of-the-spanish-empire/1001004006456129/index.html
 

 
De Republiek nam een eerste instantie een negatief standpunt in tegenover slavenhandel en slavernij. Dit had vooral te maken met vijandigheid tegenover de Portugezen en Spanjaarden over wie allerlei verhalen de ronde gingen dat ze miljoenen indianen hadden laten ombrengen. Het vermeende liberale of tolerante karakter van de Republiek speelde hierin geen rol.
De Nederlanders hadden een andere manier bedacht om aan de handelswaren uit Brazilië te komen. Door kaapvaart en aanvallen op Portugese en Spaanse nederzettingen wisten ze een groot deel buit te maken. Zo gebeurde het dat er vanuit Brazilië schepen voeren naar Portugal, die vervolgens met goederen en al rechtstreeks naar Amsterdam doorvoeren.
                In 1621 werd de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht om de handel met de koloniën in goede banen te leiden. In het begin bleven Nederlanders aan kaapvaart doen, maar dit werd steeds gevaarlijker. Dit veranderde toen Piet Heyn in 1628 de Spaanse zilvervloot in handen kreeg. Deze vloot bevatte de belastingopbrengsten van Spanje van het hele jaar. Met deze buit kon de WIC een aanval op Brazilië beramen. Deze aanval werd met succes uitgevoerd en een groot deel van Brazilië werd door de Republiek veroverd.
 
In West-Europese landen bestond er een enorme vraag naar suiker en om dit te kunnen blijven aanbieden, waren er dringend arbeiders nodig. In eerste instantie werd er gewerkt met contractarbeiders, maar door negatieve verhalen over de zware omstandigheden waarin gewerkt moest worden wilde veel jonge mannen niet meer werken in het Caribische gebied. Er waren slaven nodig.
 
 De directie van de WIC stelde een commissie aan om te beraadslagen over de morele kant van de slavenhandel. Deze commissie bracht een positief advies uit. De slavenhandel kon doorgaan.
Vanaf 1637 nam Nederland dan ook actief deel aan de slavenhandel. In 1640 kwam Brazilië echter weer in de handen van de Portugezenen verliest de Republiek zijn grote afzetmarkt. Nederland was echter enorm handig geworden in de slavenhandel en was ook aan de Engelsen en Fransen gaan leveren.
 
Verder lezen?
- P.C. Emmer, ‘De Nederlandse Slavenhandel, 1500-1800’ (Amstersam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2e druk 2003)
http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/de-nederlandse-slavenhandel-1500-1850/1001004001840039/index.html
 
 
 
Toen de Engelsen en Fransen http://entoen.nu/slavernij zelf ook op grotere schaal slavenhandel gingen drijven, konden de Nederlanders geen slaven meer leveren aan de plantages in de Engelse en Franse koloniën. De Republiek gebruikte daarom haar eigen kolonie Curaçao als doorvoerhaven voor slaven. http://slavernij.eloweb.nl/plantage/pc/html/hm.html Het eiland zelf was te klein om grote plantages te houden, maar het had een gunstige posities ten opzichte van de Spaanse koloniën. De Spaanse planters waren maar wat blij met de door Nederland aangeleverde slaven vanwege het asiento. Het asiento was een recht dat de Spaanse overheid kon verlenen aan kooplieden of handelsmaatschappijen. De koopman of handelsmaatschappij die dit recht verkreeg had een monopolie op het vervoeren en verhandelen van slaven in de Spaanse kolonies, de gebieden in Zuid-Amerika. Het aantal slaven dat naar dit gebied vervoerd mochten worden was precies vastgesteld en de asentista (iemand met het asiento) kon dit ook uitbesteden aan bijvoorbeeld de Nederlanders, die daar veel geld aan konden verdienen.
Het recht van de asiento werd met de Vrede van Utrecht in 1713 echter aan Engeland toegekend, waardoor ook zij slaven konden leveren aan de Spaanse kolonies. Hierdoor liep de Nederlandse slavenhandel ten einde. Nederland heeft nog een tijd slaven naar de eigen koloniën in West-Indië gebracht, maar in 1775 voer het laatste slavenschip Willemstad naar de Nederlandse Antillen. Tot de Franse inval in de Republiek in 1795 zijn er nog slaven vervoerd naar Suriname. Maar nooit meer op zo’n grote schaal als daarvoor.
 
Rechtvaardiging voor Slavernij in de Republiek der Nederlanden
 
Hoewel de Republiek der Nederlanden bekend stond als een plek waar vrijheid en tolerantie hoog in het vaandel stonden is het lastig te verklaren waarom de mensen die leefde in de tijd van de Vrede van Utrecht weinig problemen leken te hebben met slavernij. Er waren allerlei redenen op basis waarvan men vond dat het slavernij niet slecht was:
  • Er waren mensen die dachten dat zwarte mensen gebouwd waren voor slavenarbeid, anderen zagen slavernij als een unieke kans om Afrikanen te bekeren tot het christendom.
  • Weer anderen zagen Afrikanen op basis van biologische kenmerken als andere soort mensen, die inferieur waren aan blanken.
Hoewel er wel af en toe vanuit verschillende hoeken van de samenleving protest was tegen slavenhandel, kwam de roep om afschaffing van slavernij pas in de 19e eeuw echt van de grond.
http://www.kb.nl/dossiers/slavernij/slavernij.html
 Waarom het zo lang geduurd heeft is nog altijd onduidelijk. West-Europeanen leken bijzonder goed te zijn in de handel van zwarte slaven, maar vreemd genoeg hebben ze elkaar nooit als slaven verhandeld. Krijgsgevangenen werden meestal op basis van een borgsom naar de vijand terug gestuurd en het hebben van een blanke slaaf zou ondenkbaar zijn. Slavernij is daarom niet alleen op basis van economische redenen te verklaren, want als het puur om economische redenen had plaatsgevonden, hadden blanken elkaar ook als slaven verhandeld. Zou het zijn dat er elementen in een Westers cultuur zitten, waardoor men elkaar niet als slaaf te verhandelen? Het is tot nu toe onduidelijk. Toch is het belangrijk het slavernijverleden van Europa te begrijpen. Want velen beschouwen de slavernij als zwarte bladzijde in de wereldgeschiedenis.
 
Verder lezen?
- Seymour Drescher, Abolition. A History of Slavery and Anti-Slavery (Cambridge University Press 2009)
http://www.bol.com/nl/p/engelse-boeken/abolition/1001004006849846/index.html
 

Projectweek Veenendaal

Vrede van Utrecht op School