Contact

Bezoekadres:

Kromme Nieuwegracht 70
3512 HL Utrecht

Postadres:

Postbus 532
3500 AM Utrecht

Contactgegevens:
  • T. +31(0)30 239 38 90
  • F. +31(0)30 239 38 91
  • info@vredevanutrecht.nl
Architectuur en schilderkunst rond 1713
Posted: 19-4-2010 14:24:39 by | with 0 comments


In dit artikel staan de architectuur en de schilderkunst in de Republiek der Verenigde Nederlanden rond de tijd van de Vrede van Utrecht centraal. Op het gebied van de architectuur is de Franse protestant Daniel Marot zeer belangrijk geweest. Hij paste in de Republiek der Verenigde Nederlanden een stijl toe die gekopieerd was van het Franse Hof. Hij bouwde voornamelijk grote, symmetrische woonhuizen met dezelfde opzet als Franse villa’s.
In de schilderkunst waren in de Gouden Eeuw (1600-1700) grote meesters als Rembrandt en Vermeer aan het werk. Na de Gouden Eeuw kwam er een omslag naar een meer antieke schilderkunst. Franse grootmeesters als Gerard de Lairesse propageerden het schilderen met de Italiaanse schilderwerken als voorbeeld. Schilders als Adriaan van der Werff volgden dit advies. Enige tijd later werd deze hang naar de Italiaanse kunst gezien als een negatieve ontwikkeling in de schilderkunst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Daarom is er vandaag de dag weinig aandacht voor.
 
In de architectuur van de Republiek speelt Daniel Marot een belangrijke rol. Marot was een Hugenoot (een Franse protestant) die zijn vaderland had moeten ontvluchten vanwege zijn geloof. In 1686 vestigde hij zich in Amsterdam. In Parijs was hij werkzaam geweest in de kring van hofarchitecten en hij beschikte daardoor over een grote kennis van de Franse hofarchitectuur. Koning Willem III ontdekte hem al snel en de eerste twintig jaar van zijn verblijf in de Republiek der Nederlanden werkte Marot alleen voor het hof, hoewel er in de Republiek niet zo’n levendige hofarchitectuur was in vergelijking met Frankrijk. Na deze twintig jaar houdt Marot het dan ook voor gezien en vertrekt hij in 1704 naar Den Haag. Daar ging hij als “freelance” architect voor de stad werken.
 
Marot introduceerde de Franse wooncultuur in de Republiek der Nederlanden. Dit komt vooral in de totaliteit van het ontwerp naar voren, al in de ontwerpfase kwam er een samenwerking van de verschillende kunsten tot stand. De meubels, de decoratie en de tuin zijn in het totaalplan opgenomen. Marots invloed was vooral groot op het gebied van het interieur. Hij publiceerde prentenreeksen waarin zijn interieurontwerpen gepresenteerd werden. Verder kwam de Franse invloed tot uitdrukking in de symmetrische stadspaleizen. Symmetrie was een ideaal dat zelfs tot in de kleinste details werd uitgevoerd.
 
Onderlinge rangorde
De huizen hadden vertrekken die een onderlinge rangorde hadden. De sociale positie van een bezoeker was af te lezen aan het vertrek dat hij mocht betreden. Een gast van hogere afkomst mocht in een formeel hoger vertrek komen. Er bestond een hiërarchie tussen de afzonderlijke kamers waarbij de bedkamer (ook wel de paradekamer genoemd) de belangrijkste kamer was. In deze kamer kon de heer des huizes al zijn rijkdom laten zien. Het bed was het showvoorwerp. Aan de rijke bekleding viel af te lezen hoe hoog de sociale status van de bezitter was. Deze praktijk was geheel op de Franse leest geschoeid.
 
De invloed van Marot
Natuurlijk draait de architectuur van de achttiende eeuw niet alleen om Daniel Marot. Ook andere architecten hadden een hoge status. De persoon van Marot is een belangrijke factor vanwege de invloed die hij op de ontwikkeling van de architectuur heeft gehad. Veel van zijn collega’s gaven hun ontwerpen naar zijn ideeën vorm. Dat kwam doordat de opdrachtgevers hun huizen op Marots manier wilden realiseren want dat zou hen veel aanzien geven.
 
De schilderkunst: liever antiek
Johannes Vermeer, De Melkmeid, ca. 1660In de Gouden Eeuw leefden schilders zoals Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer en Jan Steen. Dit zijn grote namen die menigeen bekend voor zullen komen. De kunstenaars die werkten na de val van de Republiek der Nederlanden in 1672, zijn echter grotendeels vergeten. Dit betekent niet dat Nederland vanaf het laatste kwart van de zeventiende eeuw geen goede schilders meer kende. Namen zoals Adriaan van der Werff, Gerard de Laraisse en Johannes Glauber zeggen de meeste mensen tegenwoordig misschien vrij weinig; in hun tijd waren zij zeer beroemd.
 
Kunst in de Gouden Eeuw
Adriaan van der Werff, Liefkozend paar, door kinderen bespied, 1694De kunstenaars uit de Gouden Eeuw staan bekend om hun huiselijke tafereeltjes, genrestukken, (groeps-)portretten en stillevens. Johannes Glauber, Landschap met Diana en haar nymphen,ca. 1680Deze kunst was destijds zeer modern en werd geproduceerd voor de lokale, burgerlijke markt. De aristocratie vond deze moderne manier van schilderen echter maar niks. Wat zij aan kunst van hun tijdgenoten verzamelden moest overeenkomen met hetgeen hun gelijken elders in Europa kochten. Dit was werk dat overeenkwam met de Italiaanse kunst.
Gerard de Laraisse, Allegorie van de vijf zintuigen, 1668Gerard de Laraisse, een kunstschilder en graficus die leefde van 1640 tot 1711, had ook veel kritiek op de Nederlandse genrestukken. Zelf maakte hij vooral historische en mythologische scènes. Rond 1700 bracht hij zijn Groot Schilderboek uit, waarin hij schilders aanspoorde om meer antiek te gaan schilderen. Volgens hem moest kunst ons iets leren. Allegorieën, of bijbelse en mythologische scènes waren daarom goede onderwerpen. De karakteristieke Hollandse kunst was misschien vermakelijk, maar niet meer dan dat. Zijn boek was destijds een groot succes, en werd meer dan eens herdrukt. In het laatste kwart van de zeventiende eeuw begonnen steeds meer kunstenaars te experimenteren met antieke en Bijbelse onderwerpen.

Adriaan van der Werff

Een voorbeeld van zo’n kunstenaar is Adriaan van der Werff (1659-1722). Op zijn twaalfde ging hij in de leer bij Eglon van der Neer, die bekwaam was in het schilderen van types uit het dagelijks leven, maar weinig verstand had van antiek. Van der Werff mocht echter gebruik maken van de Italiaanse prenten en producties van de Rotterdamse verzamelaar Nicolaes Flinck. Deze zijn als modellen in zijn werk terug te herkennen. Het ‘antiek’ schilderen ging hem goed af en uiteindelijk kwam hij zelfs in dienst bij de Duitse keurvorst Johann Wilhelm von der Pfalz, waar hij destijds zeer veel geld en roem vergaarde. Veel Hollandse kunstenaars volgden zijn voorbeeld, keerden het moderne repertoire de rug toe en richtten zich op het alternatieve antiek. Zo werd het ‘eenvoudige’ Hollandse stilleven met fruit vervangen voor een jachtbuit of arrangementen met kostbare bloemen en vruchten, en in landschappen werden vaak mythologische scènes afgebeeld.

Latere kritiek

Midden negentiende eeuw kwam hier echter veel kritiek op. Bijvoorbeeld door de Franse criticus Thoré. Hij zag in de succesvolle loopbaan van Adriaan van der Werff een decadent verraad van alles waar de Gouden Eeuw wat hem betreft voor stond. Thorés Gouden Eeuw was een tijdperk waarin de burgers centraal stonden en de Hollandse tafereeltjes, voor en door de gewone burgerij, waren daar een afspiegeling van. Van der Werff en zijn volgelingen, die in een Franse academische stijl antiek aandoende werken maakten voor de internatio­nale elite, waren voor Thoré dan ook de belichaming van het kwaad. Mede door deze kritiek komt het dat wij de kunstenaars van rond 1700 nu nog nauwelijks kennen, maar grote meesters waren zij zeker.

Conclusie
Zowel de architectuur als de schilderkunst in de Republiek der Verenigde Nederlanden had banden met Frankrijk. In de architectuur komt dit het meest duidelijk naar voren: deze was geënt op de hoofse paleizen van Frankrijk. De schilderkunst heeft niet een dergelijke verwantschap met Frankrijk. De schilders na 1700 namen de Italiaanse schilderkunst als voorbeeld. Het waren echter schilders van de Franse Academie die deze kunst populair maakten in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Wat opvalt, is dat de Republiek een land waarmee het in oorlog was (Frankrijk) wel als toonaangevend zag op het gebied van kunst en cultuur.

Projectweek Veenendaal

Vrede van Utrecht op School